PISA resultaten 2018 voor wiskunde: de cijfers…

“Wat moeten burgers kennen en kunnen?” Deze vraag ligt aan de basis van het PISA-onderzoek. In 2000 startte de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) het Programme for International Student Assessment (PISA) om de kennis en vaardigheden van leerlingen in kaart te brengen. Om de drie jaar test het onderzoek wereldwijd de mate waarin 15-jarigen de essentiële vaardigheden bezitten om de maatschappelijke uitdagingen van de toekomst aan te kunnen. De test richt zich op de kerndomeinen leesvaardigheid, wiskundige geletterdheid en wetenschappelijke geletterdheid. Bij elke cyclus ligt de nadruk op één van de drie kerndomeinen en krijgen alle leerlingen vragen over dat hoofddomein. In 2018 was het hoofddomein net als in 2000 en 2009 leesvaardigheid. maar ook wiskundige en wetenschappelijke geletterdheid komen worden onderzocht. In 2021 is het kerndomein opnieuw wiskunde.

Uit de recentste PISA-studie 2018, een driejaarlijks onderzoek in 79 landen naar de vaardigheden van 15-jarigen blijkt dat op alle domeinen die werden onderzocht (lezen, wiskunde en wetenschap), de prestaties van Vlaamse leerlingen daalden. Sinds 2003 is de groep toppresteerders voor wiskunde bijna gehalveerd. In 2003 behaalde nog 34,3 procent van de onderzochte leerlingen de hoogste niveaus, in de nieuwe cijfers is dat nog 18,8 procent.

Dit zijn de cijfers op een rij:

VERDELING OVER DE VAARDIGHEIDSNIVEAUS – VLAANDEREN EN HET OESO-GEMIDDELDE

Tabel 4 toont het percentage leerlingen op elk vaardigheidsniveau van wiskundige geletterdheid voor Vlaanderen en gemiddeld binnen de OESO-landen.

Net als bij leesvaardigheid wordt niveau 2 gedefinieerd als het referentieniveau dat leerlingen moeten halen om dagelijkse problemen te kunnen aanpakken. Leerlingen die onder niveau 2 scoren, zullen niet zelfstandig de vaardigheden aanwenden die nodig zijn eenvoudige problemen het hoofd te bieden en worden daarom in PISA beschouwd als laagpresteerders.

Overheen de OESO-landen presteert 76% van de leerlingen op niveau 2 of hoger. In Vlaanderen scoort 83% van de leerlingen op of boven dit vaardigheidsniveau 2. Daarmee maakt Vlaanderen deel uit van de groep van 22 landen waarin 80% of meer van de leerlingen het referentiepunt haalt. Het is opmerkelijk dat de top 4 van landen met het hoogste percentage leerlingen dat boven referentieniveau 2 scoort allemaal Aziatische landen betreft: BSJZ-China (98%), Macao-China (95%), Hongkong-China (93%) en Chinees Taipei (91%).

Bovenstaande impliceert dat 17% van de Vlaamse leerlingen tot de groep laagpresteerders behoort voor wiskundige geletterdheid. Gemiddeld over de OESO-landen haalt 24% van de leerlingen dit niveau niet.

Leerlingen die op vaardigheidsniveau 5 of 6 presteren, leveren een topprestatie voor wiskundige geletterdheid. In Vlaanderen is bijna 19% van de leerlingen een toppresteerder voor wiskundige geletterdheid, of bijna één leerling op vijf. Vergeleken met de resultaten van 2003 met ruim 34 % is dit een zorgwekkende daling.

Internationaal wordt de top gedomineerd door Aziatische landen: maar liefst 44%, 37% en 29% van de leerlingen in respectievelijk BSGZ-China, Singapore en Hongkong-China presteert op de twee hoogste vaardig- heidsniveaus voor wiskunde.

GEMIDDELDE PRESTATIE VOOR WISKUNDIGE GELETTERDHEID

De gemiddelde prestatie voor wiskunde over alle OESO-landen bedraagt 489 punten. Vlaanderen scoort met 518 punten signifi- cant hoger dan dit OESO-gemiddelde.

Met een gemiddelde prestatie van 518 punten behaalt Vlaanderen een tiende positie in de rangschikking bij wis- kundige geletterdheid. Daarmee scoren de Vlaamse leerlingen op een zelfde niveau als Korea (526), Estland (523), Nederland (519), Polen (516), Zwitserland (515) en Canada (512). Slechts 6 Aziatische landen scoren significant beter dan Vlaanderen: BSJZ-China (591), Singapore (569), Macao-China (558),

Hongkong-China (551), Chinees Taipei (531) en Japan (527).

Internationaal wordt de top tien gedomineerd door Aziatische landen/regio’s. BSJZ-China is met een gemiddelde score van 591 punten de absolute koploper. Dit is een significant hogere pres- tatie dan de tweede in de rangschikking, namelijk Singapore die een score haalt van 569 punten. Singapore scoort op zijn beurt significant hoger dan het derde land in de rij namelijk Macao- China (558 punten).

GENDERVERSCHILLEN IN WISKUNDIGE GELETTERDHEID

Elke cyclus worden geslachtsverschillen gevonden bij de gemid- delde prestatie voor wiskunde. Dat is bij PISA2018 niet anders: gemiddeld over de OESO-landen presteren jongens 5 punten hoger dan meisjes voor wiskunde. Dit verschil is significant. Net als in 31 andere landen/regio’s scoren jongens ook in Vlaanderen significant hoger dan meisjes. Het Vlaamse verschil van 14 punten behoort zelfs tot de grootste van alle landen; enkel in Colombia (20), Costa Rica (18), Peru (16), Italië

(16) en Argentinië (15) is de genderkloof groter.

De Vlaamse geslachtsverschillen voor wiskundige geletterd- heid bestaan niet alleen bij de gemiddelde prestatie. Zo is het percentage Vlaamse meisjes dat onder niveau 2 scoort voor wiskunde significant groter dan het percentage Vlaamse jongens dat niveau 2 niet bereikt (19% t.o.v. 16%). En ook aan de top bestaat een gelijkaardig verschil: het percentage jongens dat op niveau 5 of hoger presteert (21%) is significant groter dan het percentage hoog presterende meisjes (16%). Op alle niveaus voor wiskundige geletterdheid presteren Vlaamse jongens beter dan meisjes.

Vergelijking met de resultaten van het PISA-onderzoek uit 2003 (kerndomein wiskundige geletterdheid).

In 2003 scoort maar liefst 22% van de Vlaamse leerlingen op vaardigheidsniveau 5 en nog eens 12% presteert op niveau 6. Vlaanderen behaalt hiermee in 2003 de hoogste percentages van alle deelnemende landen.

De groep minder presterende leerlingen (11,4% van de Vlaamse 15-jarigen scoort onder niveau 2 van wiskundige geletterdheid) kan enigszins alarmerend zijn, maar tegelijkertijd moet erop worden gewezen dat de slechtst presterende 15-jarigen in Vlaanderen het nog altijd relatief goed doen. Zij behalen ongeveer dezelfde score als de minst presterende leerlingen in de hoogst genoteerde landen uit de middengroep (bijv. Zwitserland en Nieuw-Zeeland). Bovendien werden in Vlaanderen leerlingen uit het Buitengewoon Secundair Onderwijs opgenomen in de steekproef. Dit verklaart ten dele het relatief grote aantal Vlaamse leerlingen met lage scores.

In 2021 zal het kerndomein van het PISA-onderzoek opnieuw wiskunde zijn…

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.