Oneindig kleine getallen in één woord

Het begrip ‘infinitesimaal’ speelt een centrale rol in het onderzoek van filosofe Sylvia Wenmackers (KU Leuven). In haar blog op de website van EOS vertelt ze de fascinerende geschiedenis van de wiskundige term die ‘bijna niets’ betekent.

Wiskunde levert niet alleen hersenkrakers op, maar ook tongbrekers. Neem nu het woord ‘infinitesimaal’, dat oneindig klein betekent. Het is een dure term voor ‘bijna niets’. Mij is dit begrip zeer dierbaar, want het speelt een centrale rol in mijn onderzoek. Bovendien werd het woord bedacht door mijn favoriete geleerde aller tijden: de Duitse wiskundige en filosoof Gottfried Leibniz.

Als je één deelt door duizend dan krijg je een duizendste. De uitgang -ste geeft in het Nederlands aan dat je de stambreuk neemt. In het middeleeuwse Latijn gebruik je daarvoor de uitgang –esimalis. Ons woord ‘decimaal’ komt bijvoorbeeld van het Latijnse woord voor ‘tiende’ (decimalis). Leibniz plakte deze uitgang aan het Latijnse woord voor oneindig (infinitus) en verkreeg zo: infinitesimalis. In diverse talen werd dit woord overgenomen, met een lichtjes aangepaste uitgang. In het Nederlands werd het infinitesimaal. Een infinitesimaal is dus letterlijk ‘een oneindigste’.

Leibniz leefde van 1646 tot 1716. Net als zijn tijdgenoot Isaac Newton werkte hij aan een wiskundige theorie die we nu nog altijd onderwijzen en volop toepassen in de natuur- en ingenieurswetenschappen. Hoewel Leibniz zijn werk als eerste publiceerde, geloofde Newton niet dat hij zijn resultaten op eigen kracht had gevonden. Newton betichtte Leibniz ervan dat hij had afgekeken uit zijn ongepubliceerde werk.

Lees het volledige artikel op de website van EOS via deze link

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.